Over de religieuze wortels van klimaatscepsis

Deze tekst verscheen eerst in Knack op 21 feb 2019

Het loont de moeite om op donderdag rond kwart na tien aan het Brusselse Noordstation te staan. Je ziet geen linkse, doemdenkende of schoolvermoeide meute uit het station stromen. Het zijn gewoon jongeren. Veel. Af en toe met een links uiterlijk, of met een puberale grap op karton. Maar de grote slogans Climate justice now en On est plus chaud que le climat hebben geen politieke kleur. Waar komt dit zo plots vandaan?
Omgekeerd werkt de vraag ook: waarom bleef dit zo lang uit? Hoe kon het woord 'geitenwollensok' zo lang volstaan om onze onrust over het milieu te sussen? De feiten zijn al meer dan een eeuw gekend. De informatie wordt steeds alarmerender en beter beschikbaar. Waarom moet de milieucrisis per se gerelativeerd worden 'opdat het geen religieus dogma zou zijn'?

De functie van bomen

Religie heeft er wel degelijk mee te maken. Ironisch genoeg net aan klimaatsceptische zijde. Het is een oud en complex verhaal dat ik behandel in het 500 pagina's tellende Leven in het nu, dus hier moet ik soms kort door de bocht.
Laten we het verhaal beginnen bij Sint-Maarten (316-397), die op missie in Gallië een heilige boom laat omhakken. Een oude en een nieuwe traditie staan tegenover elkaar. De boomcultus is een voorbeeld van onze oudste zingeving: het animisme. Goden, wezens en natuurverschijnselen vormen samen een sacrale biotoop. Het behoud ervan is niet evident, want onze vroege levensomstandigheden (pleistoceen, 2,6 miljoen - 12.000 jaar geleden) zijn hard en grillig. Door traditionele leefregels en rituelen houden we de orde mee in stand. Doen we dat niet, dan gaat de wereld eraan. Die wereld is erg lokaal: onze stam (150 mensen) en ons grondgebied. Alles daarbuiten is barbarij en onze empathie niet waard. Dat is de oorsprong van onze natuurlijke xenofobie: ons verbonden voelen met een honderdtal mensen gaat vanzelf, maar eens daar voorbij zijn extra maatregelen nodig om niet chronisch geïrriteerd te zijn.

12.000 jaar geleden gebeurt precies dat. Het pleistoceen wordt het holoceen, met een stabieler wereldklimaat. De landbouw bloeit open en dat leidt tot grotere, complexere maatschappijen met een ongezien handelsnetwerk. Er ontstaat ook een nieuw spiritueel ideaal: een universele wereld met één harmonieuze mensheid. Dat ideaal heeft twee problemen. Ze vloekt met de traditionele stamwaarden (daarop kom ik zo meteen terug). En als alles één en vredig kan zijn, waar komen de verschillen en conflicten dan vandaan? Hoe lossen we ze op? Die vragen leiden tot een intense zoektocht in heel Eurazië, waaruit in het laatste millennium voor Christus onze filosofische en religieuze traditie voortkomen.

Ondanks hun grote verschillen, hebben ze een aantal punten gemeen:
- Ze prediken een universele waarheid,
- die niet direct te merken is in de zichtbare feiten,
- maar die wel huist in een Diepteniveau (God, Logos...) waarin alles één, helder en goed is.
- Wie contact maakt met die Diepte, wacht een zalige bevrijding uit de oude tragiek.
- De natuur speelt daarin geen rol. Het ware geluk is iets tussen de mens en de Diepte.

Dat is Sint-Maartens boodschap aan de Galliërs: de Aarde is niet onze echte thuis. De natuur is een zielloos decor voor ons heilsverhaal. Wie meer van bomen verwacht, is een duivelaanbidder. Omhakken dus. Deze riedel blijft terugkomen tot op vandaag. Joke Schauvlieges uitspraak dat bomen altijd de functie hebben gehad om omgehakt te worden herhaalt haast letterlijk Sint-Maartens furie. Natuurlijk zijn onze ministers geen traditionele fundamentalisten zoals Ronald Reagan (bomen redden is zinloos, de apocalyps komt er toch aan) of Moeder Theresa (we moeten voor mensen zorgen, God zorgt voor de natuur). Hun link met Sint-Maarten loopt via de omweg van het economisch deïsme.

Seculier jasje

Het deïsme is een achttiende-eeuwse theologie die de bijbelse God vervangt door God de Architect. God vind je niet in oude teksten, maar in de wetenschappelijke kennis van Zijn schepping. Daar ligt ons heil. In 1710 voorspelt de filosoof Leibniz dat ooit elk conflict opgelost zal worden door wiskunde. Zo goed zit de wereld nu eenmaal in elkaar. Leibniz is hot in zijn tijd, maar zijn ideeën krijgen snel een opdoffer. Op 1 november 1755 wordt Lissabon, het centrum van de wereldhandel, platgelegd door een aardbeving. De dodentol is immens en de Portugese economie herstelt nooit meer van de klap. En dit zou een volmaakt heelal zijn? Het idee is plots te belachelijk voor woorden. Exit deïsme.

Zo lijkt het toch. Want twintig jaar later kan de filosoof Adam Smith het deïsme restylen tot een economische theologie. De Diepe Waarheid blijft de deïstische God. Hij heeft een volmaakte Markt gemaakt, die, als we ze met rust laten, iedereen ten goede komt. Smiths opvolgers raken geradicaliseerd en daar dragen we nog altijd de gevolgen van. De klassieke politiek weet op elke vraag geen ander antwoord meer te bedenken dan jobs en koopkracht. De rest volgt vanzelf. Het zieltogende milieu moeten we monitoren, zeker, maar ecorealisme is van tel. Het milieu moet zijn plaats kennen, een decor voor wat echt belangrijk is: produceren en consumeren. Vrezen voor een milieucatastrofe is vloeken in de kerk, want ware gelovigen zijn nuchter genoeg om te weten dat de markt tijdig met een oplossing komt. De Onzichtbare Hand krijgt vanzelf wel groene vingers. (Een gelijkaardig proces doet zich voor bij Hegel en Marx, met alle ecologische rampen in communistische gebieden van dien.)

Na tientallen eeuwen dieptedenken is de natuur ons te dunnetjes om ze te zien als bron van zingeving en geluk. Behalve misschien voor romantici of new-agers. Zij zijn de erfgenamen van het iets latere sentimentele deïsme: niet onze ratio maar onze diepste emoties van schoonheid, empathie en verwondering zijn de poort tot bevrijding. Dat kan gebeuren in kunst, mystieke eenheidservaringen of in de natuur. Dat klinkt misschien ecologisch, maar schijn bedriegt. Het doel blijft het menselijk heil door inzicht in een Diepe ervaring die de gewone natuur overstijgt. Of dit ook leidt tot een ecologische levenswandel, uit ontzag voor de natuur als natuur - en niet als provider van fijne geestelijke ervaringen - is maar de vraag.

Polair

De holocene zingeving heeft de pleistocene niet vervangen, maar vervoegd. Sindsdien zijn ze twee polen van ons morele aanvoelen. De spanning is springlevend in de huidige polarisering tussen conservatieven en progressieven. De conservatieve stem is de erfgenaam van de oude zingeving. De gemeenschappelijke traditie is het enige bolwerk tegen de ondergang. De wereld is hard en we beschermen ons best tegen de barbarij van andere volkeren. Progressieven draaien dat morele kompas om en kiezen voor het 'nieuwe' bevrijdingsideaal: we moeten de oude wij-zij overstijgen en streven naar een utopische wereld waarin iedereen dezelfde rechten heeft. Dat de conservatieve krachten zoveel sterker worden vandaag is onder andere te verklaren door het beknibbelde geloof van progressieven in hun eigen heilsidealen.

Maar waarom hebben de neo-conservatieven dan een hekel aan het milieudebat? Waarom wordt niet getreurd over de afbraak van het kostbare weefsel van de ecosfeer? De oude culturen waren zo respectvol voor hun biotoop. Heel wat factoren spelen een rol. De klimaatcrisis is een wereldprobleem, terwijl het conservatieve hart vooral klopt voor eigen bodem. De klimaat is een recente zorg en conservatieven scoren hoog op 'neofobie'. In de jaren tachtig gaat de conservatieve stem een huwelijk aan met de markttheologie, en worden milieuzaken uitbesteed aan producenten en consumenten. Last but not least: het milieu breekt als strijdpunt door in de links-progressieve jaren zeventig, en dat volstaat voor de links-allergische conservatief om te walgen van het thema. Doodzonde, want de conservatieve onderbuik zou een unieke bijdrage kunnen leveren voor het herstel van het traditionele respect voor ons biotoop.

Next please

Wat heeft dit te maken met de bosbrossers? Niets. Of zoals een donderdags karton stelt: Melting ice caps have no agenda, they just melt. De kloof met de klassieke politiek en de duidingsprogramma's kan niet groter zijn. Er is iets op til dat nog niet te duiden is: links noch rechts, conservatief noch progressief, gelovig noch atheïstisch. In het vroege holoceen veranderde onze zingeving radicaal. Nu het late holoceen in acuut gevaar is, moet dat opnieuw gebeuren. Snel. De aftredende Schauvliege zei wenend dat zij ook maar een mens is. De Aardse ecosfeer is ook maar een ecosfeer. Ook voor haar is de druk te groot. Geen enkel geloof kan dat wegnemen. De woorden spiritualiteit, zin, geluk, vooruitgang, traditionele waarden en zelfs winst hebben een nieuwe standaardbetekenis nodig, doordrongen van ontzag voor de ecosfeer. Niet om bomenknuffelaars te worden. Maar uit fatsoen. Omdat wij hier thuis zijn. Misschien kunnen de donderdagse kartons ons daartoe inspireren.

Datum

tomhannes.be - Copyright © 2018

banner foto Theodoor Dirkx - website startx.be