26 december
Case
“Huizenbouwer, jij bent gezien. Jij zult geen huis meer bouwen. Al je balken zijn gebroken, de nok is ontmanteld. Ondergedompeld in ontmanteling, heeft deze geest het einde van het smachten bereikt.”
(De Boeddha, Dhammapada)
Kort
As het kaartenhuisje in elkaar zakt.
Iets langer
Hier horen we de historische Boeddha spreken over zijn verlichting. Hij doet dat in de mythologische termen van zijn cultuur en zijn tijd: een verlicht mens is iemand die bevrijd is uit de verplichting herboren te worden op basis van dwangmatige gedachten en begeertes. De 'huizenbouwer' is Mara, de demon van de verleiding. Die is een meester in camouflage, zodat we zijn verleidingen voor waarheid nemen. Maar zodra we Mara in het snotje hebben, kunnen we ons uit zijn klem bevrijden, en toegang krijgen tot een heel andere manier van bestaan.
We hoeven niet letterlijk in wedergeboortes of Mara te geloven om geraakt te worden door deze passage. Als we door de mythische taal heen kijken, zien we vier heldere en praktische inzichten. Ten eerste betekent verlichting niet dat we ontwaken tot ons ware zelf. Heel dat idee wordt net gerelativeerd. Ons zelf is een bouwsel. Ten tweede is ons zelf gebouwd op basis van onzin, gretigheden en de angst om niets te zijn. Ten derde is die angst niet nodig. We kunnen ons op een heel andere manier verhouden met ons bestaan verhouden. En ten vierde moeten we niet te snel denken dat we daarin geslaagd zijn. De huizenbouwer is bijzonder sluw en weet zich heel goed te verbergen voor onze aandacht.
* Siddhattha Gotama (480-400 v. Chr.).
Voor de hele reeks, klik hier.
Deze notities zijn ook dagelijks te volgen op Bluesky.